Houdbaarheid

Het is inmiddels drie jaar geleden dat mijn man de diagnose geagiteerde depressie kreeg. Een jaar geleden dat de antidepressiva in de prullenbak verdween. Dus is het over. Klaar en je kunt nu weer gewoon gaan doen. Niets is minder waar, als je eenmaal “beter” bent begint het eigenlijk pas echt. Daarnaast gaat de diagnose “ADHD” natuurlijk nooit meer over, wat ervoor zorgt dat je andere keuzes moet gaan maken in het belang van jezelf en je gezin.

Ons leven is niet meer hetzelfde. Naast het feit dat, als je eenmaal depressief bent geweest, je 30% kans hebt om weer in diezelfde depressie te glijden, ben je niet meer de persoon die je daarvoor was. Je kunt je leven ook niet meer op dezelfde manier leven omdat dat er uiteindelijk voor zorgde dat de spreekwoordelijke emmer overliep. Deze winter voerden mijn man en ik opnieuw het gevecht tegen de werkdruk en de prikkels. De balans vinden tussen leuk en nuttig, tussen drukte en periodes van uitrusten. We verloren.

Ik zag mijn man, zoals ik zo vaak heb gezien, zwemmen in de veelvoud van zaken. En waar ik dat bij mezelf nooit kan trapte ik keihard op de rem. Even geen werk deze vakantie, even niks. Waardoor hij heel rustig weer zijn draai begon te vinden. Toch blijft het moeilijk dit uit te leggen aan je omgeving, want hij is toch weer beter en het gaat toch goed? Want wat geweest is, is geweest toch?

Natuurlijk gaat het meestal goed. Maar dat komt ook omdat wij altijd bezig zijn met de inrichting van ons leven. Met name voor onze oudste zoon, die dankzij heel veel effort gelukkig zonder kleerscheuren deze maanden is doorgekomen. Nu nog voor ons zelf. We moeten nog een hoop leren. Want wat zouden we graag iedere verjaardag bezoeken, naar elk feestje gaan en iedere activiteit voor kinderen bezoeken.  Maar dat is niet reëel. Want mijn belangrijkste keuze was de keuze voor een gezin. En dit gezin is er allerminst bij gebaat om dat allemaal te doen.

Dus ja, wij zullen soms nee zeggen, wij zullen soms er niet bij zijn. Dat kun je accepteren of niet. Even goede vrienden.

“Life is what happens to you, while you’re busy making other plans.”

John Lennon (1940-1980)

Ik mis jullie!

Toen ik in 2005 mijn opleiding Communicatie afrondde, besloot ik te starten met de opleiding Sociologie aan de Universiteit in Groningen. Eigenlijk rammelden mijn eierstokken aan alle kanten, maar het idee dat ik misschien spijt zou krijgen als ik het niet probeerde was voldoende. De introductiedag was een drama. Alleen en zonder mijn vriendinnen om me heen had ik de uitnodiging verkeerd begrepen en de aansluiting met mijn mede Friezen gemist. Ik overwoog te stoppen, per direct. Gelukkig trof ik op het perron een drietal hele fijne mensen die er voor zorgden dat ik mijn schooltas nog niet aan de wilgen hing.

De studie rondde ik uiteindelijk niet af, de kinderwens bleek groter dan gedacht, maar de lieve mensen waren er nog. De laatste drie jaar waren niet zo leuk voor ons. Maar ze stuurden kaartjes en soms een mailtje. Helaas lukte het me niet om contact te houden. Dus zagen we elkaar niet meer. Deze week hoorde ik prachtig nieuws, heuse plannen om te trouwen en een prachtige baby op komst. Het deed toch een beetje zeer, want wat had ik het graag van wat dichterbij mee gemaakt. Deze woorden zijn dan ook voor jullie drieën alleen.

Ik mis jullie. Ik zou graag weer iets afspreken en bijpraten. Het spijt me dat ik geen aandacht voor jullie heb gehad. Maar het kon even niet anders. Mijn hart is weer open en ik hoop jullie snel te zien en te spreken. Echte vriendschap vergaat immers nooit. Tot hopelijk heel snel!

Stop, hou op!

Een gevleugelde uitspraak van mijn zoon die zijn herkomst vindt op de basisschool. Gaat iemand over je grens heen, zoekt iemand ruzie, doet iemand iets wat je niet prettig vindt? Zeg dan de magische woorden “Stop, hou op” en het is klaar. Simpel.

Was het maar zo eenvoudig. Ik hou niet van confrontatie, dat is altijd al zo geweest. Het vooruitzicht van ruzie of een conflict was meestal genoeg om mij mijn woorden te laten inslikken. Want ach, zo erg was het toch allemaal niet. Met als resultaat dat mijn hart zich vulde met woede en frustratie terwijl de veroorzaker nietsvermoedend vrolijk verder ging.

Ik ben er nu echt klaar mee. Ik ga niet meer nachtenlang wakker liggen terwijl ik situaties analyseer om te kunnen bepalen wat ik anders had moeten kunnen doen. Dan maar vervelend en pijnlijk, maar ik ga het nu gewoon uiten. De eerste moeilijke stappen heb ik al gezet. Ze gaven rust. Het is niet langer mijn probleem, maar dat van die ander. Ik laat het (of misschien zelfs wel die persoon) los. Klaar.

Een goed begin van dit nieuwe, en hopelijk stabiele 2014. Mijn eerste goede voornemen een keertje echt behaald. Nu dat rijbewijs nog. En die minus dertig kilo. Hoe moeilijk kan het zijn in vergelijking met het grote loslaten?

Dag!

Ik zeg dag tegen dit afgelopen jaar
Het jaar dat ik mijn weg en mijn rol in ons gezin weer vond
Omdat ik soms even niet meer wist dat geluk bestond
Maar ondanks alles was opnieuw de liefde daar

Ik zeg dag tegen de vrienden die ik moest laten gaan,
Omdat wij ons leven opnieuw hebben moet inrichten
Om mijn zoons, mijn lieve man, maar ook mijzelf te verlichten
Omdat wij door alles wat is gebeurd anders in het leven zijn gaan staan

Ik zeg dag tegen de onwetendheid die ik meermaals heb aanschouwd
Dag tegen mensen die onze situatie nooit écht zullen begrijpen
Dit nieuwe jaar krijg ik het van deze reacties niet meer benauwd

Hallo nieuw jaar, wat breng jij me waardoor ik in mijn handen mag knijpen?
Ik heb onze situatie nu écht geaccepteerd, ik ben uitgerouwd
Mijn handen zijn nu echt vrij om het leven én de liefde vast te grijpen..

Niet zomaar een verjaardag

Drie-en-dertig ben ik geworden vandaag. De eerste verjaardag dat alles weer “gewoon” is in huize Swart. Toen ik vanmorgen op het, in mijn ogen onmenselijke, tijdstip van acht uur opstond, nam ik me voor om dit jaar alle negatieve dingen los te laten en me te focussen op de mooie dingen in het leven. Nog geen tien minuten later stond ik tegenover mijn machtig mooie zoon die me trots vertelde dat zijn ondertand los zat. Vervolgens een bezoekje van de aannemer, die alle gebreken in ons huis binnen een uurtje had gefixt en daarmee een hoop ergernis wegnam. Een bijzonder begin van mijn dag.

Tijdens het vervolg van de ochtend welke bestond uit taarten bakken, bladerdeeg rollen en stokbrood besmeren overdacht ik de afgelopen twee jaar. Ze stonden in het teken van overleven. Twee jaar geleden vierde ik namelijk ook mijn verjaardag. Toen nog blind voor de alles overweldigende depressie van mijn echtgenoot vroeg ik hem voor één avond eens niet te praten over het feit dat het niet zo goed met hem ging. Gewoon even één avond normaal. Om mij tegemoet te komen heeft hij die bewuste avond zó zijn best gedaan om te overcompenseren dat hij exact twee weken daarna als een gebroken man huilend in het kamertje van de huisarts zat. En wat voelde ik me schuldig. Ik had het niet gezien.

Vandaag kan ik voor het eerst in twee jaar wel weer genieten van deze dag, kan ik mij omringen met mensen die er toe doen en kan ik hem aankijken en weten dat zijn lach dit keer echt is. Dat hij dit keer echt geniet. Vanavond vieren we namelijk niet alleen mijn verjaardag, maar ook het leven dat wij samen leven, want we hebben het gered samen.

Luctor et emergo

Het zal je vermoedelijk niet ontgaan zijn dat deze laatste paar jaar niet mijn allerleukste zijn geweest. Hoewel mijn leven bol staat van leuke en mooie dingen, is er ook een kant die niet zo mooi en fantastisch is. En omdat ik niet graag de wereld deelgenoot maak van deze duistere zijde, blijven deze woorden vaak onuitgesproken. Er is nogal wat gebeurd in de laatste paar jaar, mijn man is gediagnosticeerd met een ernstige geagiteerde depressie (vrij vertaald als: ik hoef hier niet meer te zijn en onmacht die geuit wordt in extreme woedeaanvallen), daarnaast met ADHD (de gecombineerde variant: hyperactief en aandachtstekort) en tot slot heeft ook onze oudste zoon dezelfde ADHD diagnose gekregen. Aan de ene kant mooi omdat het duidelijk is waardoor de problemen veroorzaakt worden, aan de andere kant zwaar omdat het is zoals het is en er geen enkele weg terug is.

Als je me écht goed zou kennen dan zou je weten dat ik in de afgelopen maanden regelmatig met de handen in het haar heb gezeten. Dat er dagen zijn dat ik niet weet hoe ik het allemaal ga bolwerken. Dat ik er wel eens helemaal zat van ben omdat ik zou willen dat mijn leven “normaal” is. Dat ik soms even niet de wil heb om door te vechten omdat ik het liefst mijn ogen zou sluiten voor de kanttekeningen die mijn leven heeft gekregen. Het is niet gemakkelijk om samen te leven met iemand die een zware depressie heeft (gehad) en daarnaast ADHD heeft. Het is moeilijk en soms heel lastig om je altijd aan te passen aan de grillen van de depressie of aan de beperkingen die veroorzaakt worden door de symptomen van ADHD.

Om die reden is het me niet altijd gelukt om de contacten met de mensen die me lief zijn te onderhouden. Waar ik eerst nog trouw iedereen verjaardagskaarten stuurde, geen enkel feestje miste, altijd lieve berichtjes en/of kaartjes stuurde bij belangrijke dagen, is me dit de afgelopen tijd niet gelukt. Hoewel ik wel weet dat ik me hier niet schuldig om hoef te voelen, knaagt het wel omdat het niet is zoals ik zou willen zijn. Als je dit nu leest, en je weet dat ik je graag zie, weet dan ook dat je in mijn gedachten bent. En al zien/spreken we elkaar niet zo vaak als voorheen, ik denk wel veel aan je. Het lukt me gewoon momenteel niet om wekelijks met wie dan ook af te spreken, omdat ik een verplichting aan mezelf en mijn gezin heb om de boel op de rit te houden. Om rust en structuur te creeren, omdat wij als gezin daar uiteindelijk beter van worden.

Dus hoewel het nu wel allemaal een stuk beter lijkt te gaan dan voorheen, zal ik soms onpopulaire beslissingen nemen in het belang van mijn man en mijn kinderen. Kijk me daar alsjeblieft niet op aan, maar weet dat deze keuze niet in het nadeel van jou is bedoeld, maar in het voordeel van ons gezin. Dat ik je niet bewust niet wil zien, maar dat ik soms gewoon een andere keuze moet maken. Dat jullie me allemaal ontzettend lief zijn, maar dat de weg terug niet hetzelfde is als het ooit was. Ik heb geworsteld, ik worstel soms nog steeds, maar nu kom ik weer boven. Als een ander mens om hopelijk nooit meer kopje onder te gaan.

PS: Naast het feit dat ik het soms zwaar heb, ben ik ook gezegend met de liefste man die er is, die alles wil doen om mijn leven zo mooi mogelijk te maken en wij daarnaast samen twee fantastische zonen hebben die de wereld iedere dag een beetje mooier maken. Dat dan weer wel!

Alsof we het voor niets doen

Mijn week begon met het kijken naar een documentaire over ADHD. Nu ons gezin is beloond met een meer dan rijkelijke dosis ADHD leek het mij nuttig om te kijken. Een uur lang zat ik samen met mijn echtgenoot (overigens ook bedeeld met dat wat volgens sommigen niet bestaat) te kijken naar twee gezinnen. Gezinnen die noch qua samenstelling dan wel qua aanpak leken op het onze. Er werd de sugggestie gewekt dat er bij een “onhandelbaar” kind direct een recept over de schutting wordt gegooid voor Ritalin (Methylfenidaat, of hoe je het ook wilt noemen) en dat alle problemen daarmee uit de wereld zijn. In mijn beleving kon dit niet verder van de werkelijkheid liggen.

Alsof deze conclusie in mijn ogen al niet pijnlijk genoeg was, volgde daarna een complete explosie aan ongefundeerde meningen op social media. Ik zal u de details besparen, maar aardig was het zeker niet. Korte samenvatting: ADHD is een hype, de farmaceutische industrie vaart er wel bij, en voor ouders die het allemaal niet meer aankunnen is er een kant en klare oplossing in de vorm van een klein, rond en wit pilletje. Eigenlijk is het grootste probleem dat de ouders van deze kinderen niet kunnen opvoeden en daarom hun heil zoeken in dit soort praktijken. Ik kan u zeggen, ik voel me persoonlijk aangevallen daardoor en het raakt me tot in het diepst van mijn ziel.

Daarom nog enkele woorden voor diegenen die zich geroepen voelen mij te zeggen dat ADHD niet bestaat. Weet jij hoe is om je waardeloos te voelen? Nutteloos? Of gewoon dom? Dat je de simpelste taken soms niet tot een goed einde kan brengen omdat je er compleet in verzandt? Dat je je jaren lang compleet over de kop werkt om rust te creeren in je hoofd? Dat je uiteindelijk de bodem van de put bereikt, oprecht denkt dat het beter is als je eigen vrouw en kinderen zonder jou verder gaan? Dat je dankzij héél veel therapie en ondersteund door dat zelfde pilletje nu eindelijk weer kunt functioneren en NU PAS begrijpt waarom dingen zijn gegaan zoals ze zijn gegaan?

Omdat ik, en helaas mijn echtgenoot nog veel beter, weet wat dit is voor jezelf en voor je omgeving doen wij alles, maar dan ook alles, om te zorgen dat onze zoon zich nooit zo zal gaan voelen. En het gaat niet om het label, het gaat niet om alle therapie, ouderbegeleiding, psycho-educatie, eventuele medicatie, het gaat om onze zoon. In mijn beleving is het hoofddoel van iedere ouder om zijn of haar kind gelukkig te maken, dat is nu precies waar wij mee bezig zijn. Op zoek naar de handleiding voor onze fantastische zoon. Dus stop alsjeblieft met (ver)oordelen, we streven uiteindelijk hetzelfde na.

Ode aan mijn zoon

Inmiddels is het bijna vijf jaar geleden dat ik, nog compleet van de wereld van een loodzware bevalling, jou mocht bewonderen in je glazen bakje. Geen kindje op mijn borst, geen kindje op mijn kamer. De eerste paar dagen brachten we zonder elkaar door, mijn zoon en ik. We zijn heel wat jaren verder inmiddels, en nog steeds gaat niets vanzelf bij jou. Waar anderen door het leven fietsen zonder ook maar een enkele kink in de kabel, lijken er bij jou heel wat meer stenen op de weg te liggen.

Na luttele jaren met medische issues, ben je inmiddels gezond te noemen. Maar nu gaat het ineens over je gedrag, je bent niet gemiddeld. Jouw hoofd komt boven het maaiveld uit, want je doet alles een beetje té. Lang steek ik mijn kop in het zand, omdat ik er niet aan wil dat mijn lieve stoere zoon, mijn allerfijnste mannetje, iets zou kunnen mankeren. Tot ik er op een dag niet omheen kan, je zit jezelf in de weg en ik zie je verdriet en frustratie omdat het allemaal niet zo vanzelf gaat.

En zo zitten we dus een aantal weken geleden tegenover een psychologe die qua leeftijd mijn zusje had kunnen zijn, die ons met een ernstige blik aankijkt en daarbij vertelt dat er wel degelijk iets is. Dat mijn onderbuikgevoel écht wel klopt, en dat mijn mannetje anders is dan de rest. Dat het beestje ook een naam heeft en dat wij moeten gaan dealen met het feit dat mijn zoon ADHD heeft. Ook al weet ik dit stiekem van binnen al heel erg lang, nu we overgaan van fictief naar feitelijk, maakt het meer indruk dan ik dacht. Want ja, nu is het zo en nu zullen we mee om moeten leren gaan.

Dus we zetten de schouders eronder, gaan keihard aan de slag met psycho-educatie en ouderbegeleiding. Zitten vaak met zijn juf om tafel en proberen thuis zoveel mogelijk rust te creëren. Maar wat steekt het me diep van binnen. Want wat had ik je gegund om gewoon gemiddeld te zijn. Maar lief mannetje van mij, ondanks alle issues die er zijn geweest en waarschijnlijk nog wel zullen volgen, zal ik naast je staan. Ik zal je iedere stap van de weg ondersteunen waar ik kan. Ik zal vechten als een leeuwin tegen onbegrip, ik zal alles op alles zetten om mensen te laten zien waar het allemaal om draait. Dat jij het allermooiste bent wat een mens kan overkomen. Omdat jij me leert hoe ik een betere moeder en een beter mens kan zijn. Want jij bent het die mijn leven glans geeft. Jij bent mijn bijzondere zoon.

Als twee druppels water

Alsof je in een spiegel kijkt. Een van de oneliners die je met enige regelmaat naar je hoofd geslingerd krijgt als moeder. Ik nam dat nooit zo serieus, zo’n kind is immers een combinatie van vader en moeder en kan om die simpele reden écht niet exact op een van ons lijken. Ik zat fout, nee echt, ik zat er enorm naast. Dat kleine mannetje van drie is op sommige dagen een soort kleine kloon van mezelf, en dat is bijzonder onhandig als je over eigenschappen beschikt als ongeduld, wraakzucht, koppigheid en een olifantengeheugen.

Neem nu afgelopen dinsdag. Omdat Jesper met enige regelmaat werd geveld door luchtweginfecties, extreme verkoudheden en oorpijn, besloot de KNO arts dat het tijd was hem te verlossen van zijn keel- en neusamandelen. Dus zo zaten wij deze week op de mensonterende tijd van kwart over zeven (let wel, normaal zijn wij allemaal, ja allemaal, pas om negen uur uit bed) in de wachtkamer van het ziekenhuis. Om mij heen dartelend vier schattige peuters, zich nog compleet onbewust van hetgeen dat ze zodra stond te wachten. En eentje had het hoogste woord. Juist. Waar heeft hij dat toch van?

Na tien minuten was mijn Jesper aan de beurt. Nog geen vijf minuten later was hij onder zeil, en nog eens vijf minuten later was het leed geschied. Intens verdrietig kwam mijn kleine mannetje uit de narcose en werd hij teruggebracht naar de afdeling.  Een tafereel wat ik al eens eerder aanschouwde, toen mijn echtgenoot na de narcose in tranen luidkeels over mijn bh-maat begon te spreken. Niet nu lieverd. Natuurlijk, ook deze fijne eigenschap hebben wij aan hem meegegeven.

Jesper wil naar huis, niet straks maar nu. De zusters die hem van alles en nog wat aanbieden met hun suikerzoete stem worden getrakteerd op een blik die het hele ziekenhuis in één klap neer had kunnen maaien. Zelfs de puzzel die hij mee naar huis krijgt maakt niets goed. Jesper is boos. Eenmaal thuisgekomen, nestelt hij zich al snel in het hoekje van onze bank. Zijn gezicht staat op onweer. Spreken is uit den boze. Als een kleine legerofficier maakt hij ons met korte commando’s, een knikje, een vinger in een bepaalde richting of gewoon domweg stampvoeten duidelijk wat hij wil.

Hij moet drinken heeft de arts gezegd. En dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Jesper wíl namelijk helemaal niet drinken. Smeken helpt niet. Dreigen net zo min. Hij weigert zelfs zijn mond te openen. Na een paar uren zeuren en pushen staakt hij tijdelijk zijn verzet. Twee slokjes, door een rietje. Zijn woede is voelbaar en zichtbaar, zijn ogen samengeknepen, ze glimmen van woede. Nog eens vier uur later hang ik de vlag uit, een héél pakje appelsap op!

Helaas weigert hij iedere vorm van voeding.  Ik kan hem zelfs niet porren voor brood met banaan en poedersuiker, bijzonder favoriet de afgelopen weken. Tot uit mijn handtas een triple choc cookie tevoorschijn komt. Als een blad aan een boom slaat hij om, zijn ogen beginnen te stralen, er verschijnt een lach op zijn gezicht en hij klapt in zijn handjes alsof hij Flipper was. Ook dat nog. Zelfs mijn liefde voor eten heeft hij overgenomen.

Algemeen bezit

Voordat ik zwanger werd en een kind kreeg, had ik niet kunnen inschatten hoeveel mijn wereld op z’n kop zou staan. En dan niet eens zo zeer met de komst van het kind an sich. Dat went, het is een kind van jou en je luistert “gewoon” naar je gevoel. Nee, ik bedoel de geboorte van een nieuw tijdperk. Een tijdperk waarin iedereen ineens een mening heeft. Over jou. Over je kind. Over hoe en hoe vaak hij/zij gevoed wordt. Over het slapen. Over de hoeveelheid volle luiers (ja écht) en tot slot als je kind eenmaal oud genoeg is: de opvoeding. En in plaats van dat dat na goed presteren van de moeder (het kind groeit, joepie) langzaam wegzakt, wordt de bemoeizucht alleen maar erger. Vooral als het op opvoeden aankomt.

Ik blijf het bijzonder vinden dat een bepaalde groep mensen denkt dat ik de “gebreken” van mijn eigen kind niet zie. Ik zie, en vooral hoor ook wel dat mijn oudste erg aanwezig is. Intussen denk ik dan al aan mijn tweede telg, die een stemvolume heeft dat zich goed zou lenen voor de eerste maandag van de maand om twaalf uur. Die ronde volgt dus nog. Maar terug naar mijn eerstgeborene. Ja, hij zit overal aan. En ja, hij gaat af en toe nét iets te ruw om met zijn kleine broertje. En ja, hij is af en toe behoorlijk Oost-Indisch doof. Ik weet het. Ik zie hem iedere dag. De trap is soms mijn grootste vriend.

Dat allemaal is nog wel te handelen. Even lief lachen, knikken en het gewoon weer op jouw manier doen. Wat veel erger is, en de primeur is daar, is dat zoonlief zijn aanwezigheid op een bepaald feestje niet gewenst is. Hij zou immers vervelend kunnen worden. Of druk. Of luid. Of allebei. Stel je toch eens voor. Voor een kind van drie is dat natuurlijk bijzonder afwijkend gedrag.  Normaliter pas ík me aan, zeg: het geeft niet hoor. En laat hem thuis. Deze keer heb ik daar niet zo’n zin in. We gaan met de hele familie en hij is dat nét zo goed als ieder ander. Dus ik trek hem zijn allermooiste kleren aan zodat hij er op zijn allerliefst uitziet. En stilletjes hoop ik dan dat mijn allerliefste schat het hele restaurant bij elkaar krijst. En dan kan dan iedereen even lekker ongezouten zijn mening geven, daar ben je tenslotte algemeen bezit voor!