'Ik meende dat je me al eens geaccepteerd had.' Een bericht bij een vriendschapsverzoek, kort na een kleine opruiming mijnerzijds in mijn Hyves lijstje. Mijn muispijltje glijdt weer richting 'accepteer'. Ik zucht. Collega's, kennissen, mensen van vroeger; iedereen moet maar vrienden met je worden op Hyves, op Facebook, op Twitter, op LinkedIn. Als je iemand weigert komt diegene er nooit achter, volgens Hyves. Maar wanneer iemand nooit een reactie krijgt op een vriendschapsverzoek is het toch vrij duidelijk wat er gebeurd is.
Het stoort me, dat verworven recht dat Hyves heet. Privacy op internet bestaat niet, maar in besloten vriendenkringen bepaal ik toch nog zeker zelf het deurbeleid? Ben ik niet assertief genoeg? Ben ik de enige die vakantiefoto's wel met vrienden, maar niet met indirecte collega's wil delen? Waar blijft dat netwerk met mensen die in mijn persoonlijke zone mogen komen? Dat netwerk met mensen die serieus waar vrienden zijn, dat netwerk waarbij iedereen respecteert dat de een wel en de ander niet mag zien hoe jij languit in bikini op het voordek ligt.
In Duitsland komt een wet die sollicitanten en medewerkers beschermt tegen (potentiële) bazen die door hun Facebook account sneupen (Volkskrant). Blijkbaar is het in Duitsland nu nog verplicht je baas te accepteren als 'vriend'. Dat is toch van de zotte? Dat mijn baas om Yammer (corporate microblog-tool, vergelijkbaar met Twitter) kan volgen aan welke projecten ik werk, dat voelt al als controle. Ik krijg steeds meer jeuk van het feit dat iedereen altijd alles maar moet weten en volgen. Vroegah, toen mijn blog nog anoniem was, dat waren mooie tijden.
Het is niet de vrienschapsinflatie, waar in 2008 in NRC al eens over gediscussieerd werd (deel 1, deel 2). Het is een soort sociale-media-moeheid. De verbazing dat Twitteren onder de naam 'zuurstokroze' meer volgers trekt dan mijn eigen voor- en achternaam. Het opeens bewust worden van het feit dat mensen waarmee ik enkel een werk-relatie heb, mijn vakantieblogs in hun tijdslijn zien verschijnen. Het slotje op mijn Twitter-account waar ik na anderhalve week al helemaal zat van ben, maar dat wegens ongewenste lezers nodig is.
Er was een tijd dat ik leefde in een soort blog-wereldje. Een tijd dat ik leefde op Twitter. Maar mijn liefde voor het internet gaat door enorme berglandschappen. Dit dal is prachtig, maar ik zoek dat heuveltje waar mijn hang naar privacy én eenvoudig contact met vrienden elkaar vinden.
Vreetkicks en dooreten terwijl je al vol bent: het is de schuld van onze ouders. Waarom? Simpel door ons te verplichten ons bord leeg te eten. Met als beloning, een toetje. Een toetje, omdat we ons op dat moment zo goed gedragen hadden. Een toetje als compliment, een toetje als 'dankjewel, goedzo'. Een treffend artikel in de zaterdagbijlage Wetenschap van Volkskrant.
Nu is het natuurlijk wel wat triest om mijn gebrekkige eetdiscipline af te schuiven op mijn ouders. Ik bedoel, ik weet heus dat die zak chips niet in één keer leeg hoeft. En ik weet ook dat iemand anders de chocolademousse van Mona wel koopt als ik het niet meeneem bij de AH. Blijft heus niet over. En anders wel, we leven in een weggooi-maatschappij.
Toch is de basis van het betreffende onderzoek zo simpel, dat het bijna vreemd is dat je hierover zo weinig hoort. Eten dat overblijft, ik vind het zonde. Vroeger, thuis, schepten we niet meer op dan nodig. En dan kwam dat bord inderdaad leeg, anders was het zonde. Het is klassiek conditioneren. De hond, de bel, het voer, het kwijlen. Logisch. Goed gedaan, beloning, lekkers. Logisch.
Maar goed. De beste stuurlui staan aan wal. Vraag het me nog maar eens als ik mams ben van een slecht etende peuter. Of druk dan deze blog onder mijn neus.
Massahysterie, heerlijk vind ik dat. Met z'n allen lekker in die kleur lopen die bijna niemand écht goed staat. Naar kuiten en strakke shirts mogen kijken op TV, zonder dat lief zich er aan stoort. Toeterend over de snelweg na dat doelpunt tegen Japan. Ik twijfelde zelfs nog over een Bavaria-jurkje.
Maar ik heb niet zo'n lange spanningsboog. Nu het spannend wordt heeft het voetbal mijn interesse al verloren. Zat ik tijdens de eerste wedstrijd van oranje tijdens dit WK nog in oranje demonstratief aanwezig te zijn bij een vergadering, heb ik voor vandaag niet eens getwijfeld over vrij nemen. Veel te druk!
Ik beken schuld, ik ben inderdaad zo iemand die nooit voetbal kijkt, tenzij het om een EK of WK gaat. Maar voor nu neem ik genoegen met de radio op de achtergrond en Twitter langs de zijlijn. Misschien, als 'we' gaan winnen, kijk ik wel weer gezellig tijdens de finale.
Wij hebben geen kind. Wij hebben een kat. 'Om te oefenen.' Kater Diesel was een zorgenkindje uit het asiel. Snotterig en bang. We lapten hem op, nu is hij alleen nog bang voor kinderen en honden. Gister klom kater Diesel voor het eerst op de schutting. 'Kijk nou!', kirden we. 'Hij klimt!' Hij liep scheef richting het dak van de buren, voorzichtig aarzelend. 'Oh kijk hem nou gaan...' Vertederd keken lief en ik hem na.
We hebben slechte nachten, omdat kater Diesel ons wakker houd. We maken ons zorgen als hij te lang van huis blijft. Hij krijgt het beste kattenvoer dat we kunnen vinden, want we willen dat de kleine niets te kort komt natuurlijk. Tegenwoordig zit kater Diesel ook met mijn lief achter de computer. Kater Diesel heeft namelijk YouTube ontdekt. Lief zoekt een filmpje met vogeltjes -musjes en ander klein grut- en kater Diesel zit ademloos en smachtend voor het beeldscherm. Soms is het net een kind.
Met de jaren gaan jaren steeds minder tellen. Vijf jaar geleden zat ik op dit moment vier jaar in een relatie. Nu heb ik op dit moment zo'n vier jaar een relatie. En die dikke vier jaar van mijn zestiende tot mijn eenentwintigste zijn inmiddels niet meer dan een vage herinnering. Een schim, waar je soms met een glimlach aan terug denkt en soms met enige wrok. Maar er gaan weken voorbij waarin ik die jaren gewoon vergeten lijk te zijn.
Terwijl we ons huis meer het onze maken, fantaseren over de vakantie en toekomstige vakanties (wind, zeilen), op Marktplaats speuren naar een mooie en snelle stationcar (touring) die mijn lief dagelijks heen en weer brengt, valt het me steeds weer op dat de jaren voorbij zijn gevlogen. Des d'r tweede kindje, Kor in Den Bosch werkend voor degene die vijf jaar geleden mijn ex deed verbleken.
De voortuin schoffelend, keuvelend met de buurman over het laten verven van onze gezamenlijke kajuit, realiseer ik me dat ik dit vijf jaar geleden nooit had kunnen bedenken. Ik, Nina, in het slaapdorp van Leeuwarden. In een huis dat niet uit 1900, maar uit de jaren '80 stamt. In een kindervriendelijke straat, met buren die vinden dat buren er toe doen. Ik? Echt niet. Maar wel dus. En ik ben er best gelukkig.
Al die jaren, waarin ik van punk, naar soort-van-gothic, naar Olily-sjaaltje, naar zeil-meisje veranderde, ze lijken opeens zo nietig. Wanneer werd Valentijnsdag onbelangrijk? En wanneer was het, dat ik die BMW Touring van mijn lief opeens wél een goed idee vond? Waar zijn die jaren gebleven dat ik nergens anders heen wilde dan naar een Grieks eiland? Dat ik nooit ergens anders wilde wonen dan in een stad? Want soms voelt het, alsof het niets was.
Stofzuigers stinken, evenals vuilniszakken. Voor de afwas hebben we een vaatwasser en was opvouwen is vooral veel gedoe. Stofdoeken? Waar koop je die? Ik ben een slechte huismoeder. Een huisvrouw is in mij ver te zoeken. Natuurlijk, het huis moet schoon. Noodzakelijk kwaad noemen ze dat. Hoort er bij. Een vriendin vroeg zich ooit af hoe schoon ons huis wel niet moest zijn, toen mijn lief 'tussen twee banen' zat. Want wat kon je anders doen als je thuis zat, dan schoonmaken?
Tja, tot... onze wasmachine halverwege een was de geest gaf. Nee, hij zat niet overvol. En nee, hij stikte ook niet van de kalkaanslag. En nee, hij was nog geen 25. Nog lang nog niet. Had ik nou wel of geen garantie bij gekocht? 'Als je dat al gedaan hebt, dan houdt dat wel op met drie jaar.' Na twee weken stond de wasmachien nog werkloos en hadden zowel ouders als schoonouders een helpende hand toegestoken. Maar het voelt lullig om gedragen ondergoed met je andere kleding bij je schoonmoeder te brengen. En opgevouwen terug te krijgen. Blij dat ik tegenwoordig geen strings meer draag, maar dat ter zijde.
Wie had het ooit kunnen denken, maar zo zonder wasmachien was ik onthand. Toen er op een ochtend wel heel veel Scheer & Foppen auto's op mijn pad kwamen, besloot ik dat dat een boodschap moest zijn. Een Nien-zoek-die-aankoopbon-op. En wis en waarachtig, nog precies twee maanden garantie te gaan. 'Bij normaal gebruik worden alle reparatiekosten vergoed.' En laat de wasmachien nu een van die apparaten zijn die ik ook daadwerkelijk 'normaal' gebruik.
Zo stond daar vrijdag een meneer met een koffertje met laptop, printer en nieuwe printplaat. Laptop en printer voor de rekening die ik niet zelf hoefde te betalen, printplaat voor de wasmachien. Heerlijk, weer wassen! Al drie dagen lang draait de machine overuren. Droge was (uit de droger, wat nou waslijn) vouw ik op, het huis is gedweild én gezogen, de afwas is aan kant, de vaatwasser is uitgeruimd en het weekend is voorbij. Tijd voor een parttime baan? Kan ik tenminste twee dagen per week schoonmaken.
Ik heb er echt een enorme hekel aan. Van die échte moeder-moeders. Van die lijmplakkende, watervervende, kleirollende, buitenspeel moeders. Van die moeders die werkelijk álles leuk vinden aan hun kleine grut. Die het hélemaal het einde vinden om de hele week alleen maar tijd te besteden aan hun grote wonder. Het allerergste aan die categorie moeders is toch wel dat er geen ander onderwerp lijkt te bestaan dan kinderen. Iedere zin, ieder woord dat uit die monden komt heeft op wat voor manier dan ook een link met het ouderschap.
Nee, dan ik. Zelfbewuste jonge vrouw, ook waarde hechtend aan een eigen leven naast het zijn van moeder. Die nog meer is dan de "mem van". Die zich vol overgave op haar werk stort. Nee, zo'n moeder die alleen over kinderen praat ben ik niet. Dacht ik. Tot voor kort. Want sinds ik weer zwanger ben lijkt elk gesprek op een slinkse wijze toch uiteindelijk weer over baby's te gaan. We kijken naar een docu over armoede in Amerika, waarop mijn eerste bijdrage is om iets te roepen over het percentage tienerzwangerschappen in dat land. We voeren een gesprek over een stel waarbij zij nét iets dominanter is dan hij, en ik begin over hoe hun kinderen er dan wel niet uit zouden gaan zien.
Walgelijk gewoon. Alsof er niets anders gebeurt in de wereld dan wat mijn kind deze week weer heeft gepresteerd. Nee zo zou ik niet zijn. Tot ik 's avonds lekker op de bank lig, met mijn hand op mijn dikke buik. Ik denk aan het jongetje dat in mij groeit, dat hij toch wel de allermooiste en liefste moet zijn. Dat hij net zo fantastisch zal zijn als het jongetje dat boven ligt te slapen. Maar dat hardop lopen te verkondigen, dat dan weer niet. Je kunt ook té ver gaan natuurlijk.
Er lagen nog twee hele weken 2009 voor ons, toen wij onze keuken bestelden. Tien weken levertijd, dus in week 8 van 2010 konden wij onze nieuwe keuken met open armen ontvangen. 'Dan hebben we lekker veel tijd om de benedenverdieping aan te pakken.' 'Mooi, zo'n ruime deadline.' Allemaal smoesjes om niet te hoeven zeggen dat we het jammer vonden, die tien weken.
Maar nu over vier dagen de keuken-bezorger ons volgende project komt afleveren beginnen we wel ietwat de zenuwen te krijgen. Tegels wegslopen, plintjes verven en plafonds witten is helemaal niet zo leuk namelijk. Stopcontacten aanleggen, meterkast vervangen... Waarom hadden we ook weer dit huis gekocht met het idee het van binnen helemaal te strippen? Wat zei je? Dat leek ons LEUK?
Netto hebben we nog drie dagen over om het huis keuken-klaar te maken. Sleuven moeten nog gefreesd, de vloer moet er in en, oh ja, achter de keuken komt glasvezelbehang. Dat we ook nog moeten sauzen met afneembare saus in 'zacht kiezel'. De oude keuken moet er, inclusief saaie tegelwand nog uit en we moeten de structuurverf nog uitvlakken voor er behang overheen kan. *Zucht...*
En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat zaterdag ook de nieuwe HR ketel geïnstalleerd wordt. En dat we nog tegels en een roestvrij stalen plaat moeten regelen voor de keuken. En dat er voor de afzuigkap nog een gat in de muur moet. En dat de luchtafvoer verder ook nog aangelegd moet worden. En dat we nog niet weten wat voor licht er onder de keukenkastjes komt. En. En...
Waar is John Williams als je hem nodig hebt. Want: Help, Wij Zijn Klusser!